Wat is kwantitatief onderzoek

Bij kwantitatief onderzoek draait alles om het verzamelen en analyseren van grote hoeveelheden data. Dit type onderzoek heeft vrijwel altijd als doel om algeheel geldende uitspraken te doen over de onderzoekspopulatie. Om dit snel en efficiënt te kunnen doen, worden voornamelijk gesloten vragen gesteld. Deze vragen worden vervolgens geanalyseerd. Is dit onderzoek goed uitgevoerd, dan ben je in staat om representatieve uitspraken te doen over de doelgroep die in het onderzoek centraal staat.

Daarmee is ook direct duidelijk wat de voornaamste verschillen zijn met kwalitatief onderzoek. Met dat type onderzoek wordt veel meer de diepte ingegaan, door een klein aantal mensen te bevragen en zo meer inzicht te krijgen in het waarom achter iemands mening. Kwantitatief onderzoek draait echt om volume, grote aantallen respondenten, het stellen van veelal gesloten vragen en het doen van uitspraken die op de gehele doelgroep van toepassing zijn.

 

Dat betekent in de eerste plaats dat je al moet gaan nadenken over hoe je de vragen precies stelt en wat de mogelijke antwoorden kunnen zijn op jouw (onderzoeks)vragen. Immers krijgen deelnemers aan het onderzoek voornamelijk gesloten vragen voorgelegd. Dat zijn soms natuurlijk gewoon ja-nee vragen en bij dergelijke vragen hoeft niet lang over de antwoorden te worden nagedacht. Er zullen echter ook altijd tal van vragen bij zitten, waarbij meer en meer uitgebreide antwoordopties worden voorgelegd. In die gevallen dienen de vraag en antwoorden goed geformuleerd te zijn. De vraag dient niet sturend te zijn en de antwoordopties moeten volledig zijn, zodat deelnemers niet moeten kiezen uit antwoordopties die niet op hun specifieke situatie van toepassing zijn.

 

In dit laatste geval wordt natuurlijk met enige regelmaat gekozen voor een optie "Anders, namelijk". Het kan soms namelijk niet te doen zijn om alle mogelijke antwoordopties aan een vraag te koppelen. Een dergelijke vraag is daarmee deels open.

 

Naast het nadenken over vragen en antwoordopties moet een onderzoeker zorgen dat de steekproef die wordt getrokken overeenkomt met de onderzoekspopulatie. De steekproef moet kortom een goede afspiegeling zijn van de totale groep personen die wordt onderzocht. Dit gebeurt vaak door de steekproef op het gebied van geslacht en leeftijd overeen te laten komen. Moeten het per se deze variabelen zijn? Nee, natuurlijk niet. Het moeten wel de achtergrondvariabelen zijn die kenmerkend zijn voor de doelgroep. Want stel nou dat de doelgroep enkel uit mannen bestaat, dan heeft het maken van onderscheid tussen mannen en vrouwen weinig zin. Ook moet de steekproef groot genoeg zijn om algemeen geldende uitspraken te doen. Hier zijn gelukkig tal van steekproef calculatoren voor te vinden op internet.

 

En alsof dat niet genoeg is, moet ook goed worden nagedacht over de wijze van dataverzameling. Past telefonische dataverzameling, online onderzoek of face-to-face interviews het beste bij het marktonderzoek? Of moet het een mix zijn van deze drie? Wie weet biedt onderzoek via social media wel uitkomst. De keuze voor een bepaald type dataverzameling hangt ook weer af van de doelgroep. Waar is deze te vinden, hoe zijn de potentiële deelnemers het beste te bereiken en hoe kan de data het beste verzameld worden.

 

Is dit alles eenmaal goed bedacht en uitgewerkt dan begint het verzamelen van de data. En als dat eenmaal is gedaan, dan zal het analyseren en rapporteren plaats vinden. Voor het analyseren van alle antwoorden wordt meestal gebruik gemaakt van het statistische programma SPSS. Dit programma biedt een onderzoeker niet alleen de mogelijkheid om per vraag te zien hoe vaak een bepaald antwoord is gegeven, maar het biedt ook tal van mogelijkheden om variabelen met elkaar te kruisen om zo te zien of er verschillen zijn op basis van achtergrondvariabelen. En met SPSS kan middels diverse toetsen worden bepaald of deze verschillen significant zijn of niet.

 

Kwantitatief onderzoek is duidelijk een andere tak van sport dan kwalitatief onderzoek. Beide vormen van onderzoek hebben hun eigen voor- en nadelen en zijn daarom niet of nauwelijks inwisselbaar voor elkaar. Dat betekent dat iemand die onderzoek gaat doen van tevoren goed moet bepalen naar welke antwoorden gezocht moet worden, om zo een goede afweging te maken tussen kwalitatief en kwantitatief.